Interview Andre van Duren

DE BENDE VAN OSS (lees hier de recensie) is genomineerd voor zes Gouden Kalveren (o.a. beste mannelijke hoofdrol en beste scenario). In deze misdaadfilm moet de jonge vrouw Johanna zich staande houden tussen een criminele bende in het Brabantse Oss van de jaren dertig. Johanna heeft een kroeg en prostitueert zichzelf voor een extra zakcent, maar wordt ook verliefd op meerdere bendeleden. Hoe harder ze probeert om aan het ruige leven te ontkomen, hoe dieper ze er in terugvalt. The Cult Corner sprak regisseur en scenarist André van Duren over DE BENDE VAN OSS, die op 29 september landelijk in première zal gaan.


In het kort: hoe steekt de film in elkaar?

DE BENDE VAN OSS bestaat uit drie niveaus: een historisch component, een misdaadcomponent en een relatiedrama. We hebben geprobeerd die lijnen in verhouding te houden, dus de film is historisch grotendeels correct. We hebben de opbouw aangehouden van een misdaadfilm, maar in feite is dit toch een relatiedrama. Als scenarioschrijver heb ik meerdere scriptversies gehad met steeds een ander perspectief en hoe meer dat perspectief naar Johanna werd gelegd, hoe minder misdaad er in het verhaal kwam. Het zou immers raar zijn om te suggereren dat ze ook mee op roofovervallen ging, of op roofmoord. Daardoor werd het automatisch meer relatiedrama en minder misdaad. We hadden het perspectief natuurlijk ook bij Matthias of bij Marcel kunnen leggen.

Het verraste me inderdaad dat de bende op de achtergrond bleef ten opzichte van Johanna.

Daarover is lang gediscussieerd. Noemen we de film nou DE BENDE VAN OSS, of JOHANNA EN DE BENDE VAN OSS, of gewoon JOHANNA? Uiteindelijk besloten dat we deze drie-eenheid aan zouden houden, maar het gaat uiteindelijk over een vrouw in een misdadige omgeving. Simpelweg een vrouwennaam als titel is heel open. Je hebt ook al ISABELLE, NIENKE, er zijn er talloze. Die moeten dan ook nog invulling krijgen. De bende speelt op de achtergrond een grote rol. Daarbij is DE BENDE VAN OSS natuurlijk, dat heb ik nog nooit eerder gezegd, multi-interpretabel, je kunt het ook opvatten als de puinhopen van Oss, of de chaos van Oss. Het zit tussen misdaadfilm en relatiedrama in. Dat is nog niet zo vaak gedaan in Nederland.


Vooral de historische context werkt er goed, het lijkt erg realistisch.

We zijn de eerste. Er zijn natuurlijk wel veel films die over de Tweede Wereldoorlog gaan en heel lang geleden maakte Pieter Verhoef HET TEKEN VAN HET BEEST. Dat is al weer vijfentwintig jaar geleden; die film gaat over een strijd tussen politie en een groep wat minder sociaal aangepaste burgers. De context is een van mijn stokpaardjes, want er is een soort van geschiedvervalsing gaande over de jaren dertig in film. Het wordt altijd gekoppeld aan nostalgie, aan kattenkwaad en aan kwajongens met een veldwachter die achter ze holt. Met de implicatie alsof het vroeger allemaal zoveel beter was.


De geschiedenis wordt in de Nederlandse film dus braver weergegeven?

Het is belachelijk! De tuttigheid en sulligheid, Johan Nijenhuis heeft nu ook weer een film gemaakt, BENNIE STOUT. Ik vind dat Nijenhuis zich erg oncollegiaal heeft gedragen naar Dick Maas toe (eind oktober 2010 trok regisseur Johan Nijenhuis fel van leer tegen het affiche van SINT van Dick Maas, PW), dus daarom durf ik te zeggen dat wat hij heeft gemaakt weer precies dat clichébeeld van de jaren dertig is waar ik precies tegenin wil gaan. Het is weer die zelfde kitschnostalgie alsof dat ons land was, maar DE BENDE VAN OSS, dat was ons land en daar is nog nooit een film over gemaakt. Vroeger was alles beter? Nee, het was veel slechter. Het was bikkelhard. Het gaat nu over Oss, maar als je Jan den Hartog leest over de strijd tussen de vissersdorpen, dan lees je over precies hetzelfde geweld. Je hebt het in Friesland gehad, in Groningen en in de Kop van Noord Holland. In Oss is er toevallig veel over geschreven omdat er destijds een criminoloog naar Oss is getogen. En in Oss was het bovengemiddeld, er is een kabinet over gevallen.


Waarom een film over Oss?

Ik kom uit een gehucht dat ernaast ligt, de verhalen over de Ossche Bende zijn me met de paplepel ingegoten. De criminaliteit was weliswaar landelijk, maar qua aard en omvang was het nergens zo groot als in Oss. De bende bestond eigenlijk uit driehonderd man. In 1936 zijn er 185 mensen op één dag gearresteerd. En zoals Fellini zegt: je moet films maken over de dingen die je kent. Toen ik in de jaren zeventig in Oss op school zat ging het er ook nog steeds ruig aan toe.


Hoe zit het met de relaties tussen alle personages?

We hebben ervoor gekozen om één relatieaspect tot het einde geheim te houden. Maar thematisch is het ook wel een verhaal om verrast te worden.


We gaan niet verklappen wat geheim precies is, maar waarom hebben jullie dat niet aan het begin prijsgegeven, zoals Hitchcock dat bijvoorbeeld doet?

Dat is wel bewust zo geschreven. Ik en mijn collega-scenarioschrijver Paul Jan Nelissen hopen dat deze spanning een van de charmes is van deze film. We wilden een film maken die op plot drijft en dat gebeurt in Nederland niet zoveel, dat je toch nieuwsgierig bent naar hoe het afloopt. En als kijker ontdek je het bijna met de personages mee. Dat is een van de genoegens die je kwijt was geweest als je het aan het begin had prijsgegeven. Elke keuze heeft voor en nadelen en we hebben toch voor de plotoplossing gekozen. En uiteindelijk is dit punt wel belangrijk voor de film, maar niet het basisthema. Het zou misschien ook wel ten koste gaan van de andere thema's van de film.


Vertel eens over de rolverdeling en personages?

Het belangrijkste bendelid is Wim de Kuiper, gespeeld door Marcel Musters. Hij heeft enerzijds contact met Johanna, met haar moeder en met haar zus. Harry den Brock (Frank Lammers) is zijn raadgever die hiërarchisch ongeveer gelijk staat met Wim. Ze hebben beide een verbinding met Hedeman (Pierre Bokma) en de pastoor (Jaap Spijkers); een lijntje naar de bovenwereld. Onder hem staat het hoofd van de knokploeg en daaronder zijn de bendeleden, zoals Thies (Matthias Schoenaerts), Piet (Guido Pollemans) en Jan (Benja Bruijning). Daar zit geen hiërarchie tussen, zij zijn gelijkwaardig. Ze hadden geen illegale handel, ze persten ook niet af dus zo'n structuur was niet nodig in DE BENDE VAN OSS. Ten slotte is er nog de gedeelde vijand, waar eigenlijk iedereen gezamenlijk tegen is: de marechaussee met aan het hoofd Kramer (Bert Geurkink) en Roelofse (Daan Schuurmans).


Wat voor figuur is Wim de Kuiper precies?

Ik vind het mooi dat Wim in het hart staat van de Bende, hij is met iedereen verbonden. Hij staat voor de traditionele tiran die charme en onderdrukking combineert. Elke goede dictator heeft zijn charmante kanten. Hij koppelt geweld aan liefdadigheid. In de eerste instantie probeert hij met geld en gave om mensen voor zich te winnen, maar als dat niet willen dan bedreigt hij ze. De traditionele truc van bijna elke misdadiger is zeggen dat je iemand beschermt. Beschermen en bedreigen ligt heel erg dicht bij elkaar, dat gebeurt tegenwoordig ook nog steeds, in cafés bijvoorbeeld. En als je niet betaalt... Dat is wat Wim ook doet. Maar hij gebruikt ook wel de humor als truc. De bendeleider gebruikt ook uitstekend het vijandsbeeld, de marechaussee wordt gedemoniseerd. Daarmee kun je alle neuzen één kant op krijgen.


En Marcel zelf?

Dat was bewust een tegencast. Hij is normaal een hele vriendelijke en open man. Hij ook wel clichématig gecast op die manier. Hij is een aardige en communicatieve vent, maar bij ons speelt hij het kwaad.


Waarom een tegencast, waarom niet bijvoorbeeld Lammers als Wim?

Ten eerste ga ik er van uit dat onze cast zo goed is dat ze elke rol moeten kunnen spelen. Het is veel aantrekkelijker en interessanter om de charmante kanten van de dictator of bendeleider te tonen als je de mechanismes van macht en gevaar wil laten zien. Het feit dat Marcel soms zo grappig, open, warm overkomt, dat is wat ik wilde. Het kwaad heeft zelden twee horentjes op als duivel. Het kwaad is vermomd als het goede en dat maakt het angstaanjagender.

 

Pim Wijers (Amsterdam, 2011).

Foto: Ruud Rogier.