Interview Guy Maddin

De Canadese regisseur Guy Maddin (1956) is een tovenaar met beelden. Zijn oeuvre van ruim dertig (korte) films wordt wereldwijd bewierookt door filmcritici. Het vaste recept: een creatie van wonderlijke, hartveroverend verhalen met elementen uit lang vervlogen tijden van de zwijgende cinema. Dramatische belichting, tussentitels, expressionistische montage en een keur aan beeldmaskers. Het ontbreken van dialoog en een grofkorrelig beeld vol krassen en kabels maakt het compleet: Guy Maddin brengt de kijker terug naar de 19de eeuwse cinema of attractions, waar de visuele sensatie van meer belang was dan het rechttoe rechtaan vertellen van een verhaal.

Kijk je echter verder dan de vorm, dan tref je een surrealistische en buitengewoon humoristische wereld aan. Een volstrekt uniek universum vol personages die lijken te zijn weggelopen uit het brein van David Lynch en terechtkwamen in een mengelmoes van Russische propagandafilms en Duits expressionisme met een vleugje Canadese tegendraadsheid. Met terugkerende, autobiografische figuren zoals zijn dominante moeder en door zelfmoord ontvallen broer. Maar soms ook pure fictie, zoals de avant-gardistische balletvoorstelling DRACULA: PAGES FROM A VIRGIN'S DIARY (2002).

Dat het werk van Guy Maddin goeddeels onbekend is bij het grote publiek heeft te maken met zijn unieke werkwijze die wel wat vraagt van de kijker. Maddins hang naar authenticiteit is soms zo groot dat in experimentele films als THE HEART OF THE WORLD (2000) en BRAND UPON THE BRAIN! (2006) slechts de voice-over de eigentijdsheid verraadt. Die gesproken teksten zijn vaak broodnodig, want zij geven de kijker houvast. Maddin laat vertoningen op festivals zelfs voorzien van live gesproken voice-overs van bevriende acteurs Isabella Rossellini, Udo Kier en Geraldine Chaplin.

Met zijn nieuwste, prijswinnende film MY WINNIPEG begeeft Guy Maddin zich in het niemandsland tussen documentaire en fictie; een gebied dat hij zelf omschrijft als docu-fantasia. Het is een hoogtepunt in zijn indrukwekkende oeuvre geworden. MY WINNIPEG is een hilarisch en hyperpersoonlijk portret van zijn geboorte- en woonplaats in zuidelijk Canada; de plek waarover hij zich afvraagt hoe hij het ooit kan verlaten. "Waarom ben ik in hemelsnaam nooit weggegaan uit de stad die ik tegelijkertijd zo beu ben, maar ook zo liefheb." Op weergaloze wijze construeert de filmmaker zijn interpretatie van Winnipeg door eigen impressies te mengen met absurde, maar waargebeurde historische informatie. The Cult Corner sprak Maddin op het filmfestival van Berlijn.

 

Hoe ontstond het idee om een film aan uw geboorteplaats te wijden?

MY WINNIPEG was ooit een opdracht voor een Canadese televisiezender. Ik werd gevraagd om op mijn manier de stad te laten zien. De eerste scènes schreef ik in 2005 tijdens een bezoek aan het Centre Pompidou in Parijs. Ik probeerde voor mijzelf duidelijk te maken waarom ik in hemelsnaam nooit weg ben gegaan uit de stad die ik zo beu ben, maar ook zo liefheb.

 

Is het een haat-liefde verhouding?

Nee, het is beslist geen klassieke haat-liefde verhouding. Mijn gevoel voor de stad waar ik al tweeënvijftig jaar woon, wordt bepaald door alles wat tussen haat en liefde in zit. Al die verschillende facetten dus, maar nooit zo puur als haat of liefde zelf. Daar is de stad gewoonweg niet uitgesproken genoeg voor.

 

Het werden veel losse scènes vol persoonlijke impressies en historische feiten.

Klopt. De basis is een verzameling van allerlei wetenswaardigheden en persoonlijke notities over mijn ervaringen en gevoelens over Winnipeg. Ik noem dat een docu-fantasia. Na flink wat gepieker over de inhoud en volgorde ben ik vervolgens alle verschillende ideeën achter elkaar gaan zetten.

 

Een lastige klus?

Ja. Vooral omdat ik veel bestaand beeldmateriaal heb gebruikt. Het grootste probleem was de volgorde van al die stukjes. Ik begon eerst met een film van twintig minuten, dat ik uitprobeerde op een filmfestival in Canada. Toen dat aansloeg, besloot ik om de film op deze fragmentarische manier af te maken. Voor die eerste vertoning verzorgde ik zelf overigens de voice-over. Ik hoor mijzelf liever niet praten, maar de reacties waren erg goed. En aangezien MY WINNIPEG een zeer persoonlijk project was, vond ik het ook wel weer een logische keuze. Het is tenslotte mijn Winnipeg.

 

U stelt dat het aantal slaapwandelaars in Winnipeg tien maal hoger ligt dan het landelijke gemiddelde. Heeft u daar een verklaring voor?

Het gevoel van er gelijktijdig wel en niet zijn, zit in de aard van de Canadezen. Een Canadees weet over het algemeen erg weinig over zijn eigen land, en is eigenlijk vooral bezig om zich te vergelijken met Amerikanen. Ze letten daarbij vooral op wat ze niet zijn in plaats van wat ze wel zijn. Het is echt merkwaardig hoe weinig een Winnipegger weet van zijn eigen geschiedenis. En daar hoor ik ook bij, want gedurende mijn voorbereidingen ben ik tegen de gekste dingen aangelopen, zoals 'If Day' en het feit dat Winnipeg het kleinste park ter wereld had in de vorm van een grote iep.

 

Kunt u iets vertellen over 'If Day'? En is het docu of toch fantasia?

(lachend) Waargebeurd! Dat vond plaats in 1942, toen werd geprobeerd om de Canadese bevolking meer te betrekken bij de Tweede Wereldoorlog. Het plan: we ensceneren een eendaagse invasie door nazi's. Acteurs verkleedden zich daarbij als Duitse soldaten en marcheerden door de straten van Winnipeg compleet met vuurgevechten en arrestaties!

 

De film speelt constant met de spanning tussen wat echt is en wat niet. Een gebied waar u zich graag bevindt?

Ik speel inderdaad graag op die grens tussen feit en fictie, maar heb van MY WINNIPEG nooit een mockumentary willen maken. Ik zou best eens een echte documentaire willen maken door heel consciëntieus een gebeurtenis van verschillende kanten te belichten, maar nu zat ik nog met alle contrasterende gevoelens die ik met deze film wilde oplossen.

 

Heeft het opdissen van herinneringen een therapeutische werking?

Zo'n filmproces kan best als een soort therapie werken, maar in de praktijk merk ik dat het vaak juist contratherapeutisch uitpakt. Tijdens het beschrijven van mijn relatie met Winnipeg merkte ik dat ik mijn verleden ook een beetje begroef. Door voor bepaalde herinneringen te kiezen, nemen zij de plaats in van anderen, die langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Overigens heb ik niet echt heimwee naar het verleden. Ik wilde vooral een klein monument oprichten voor de dingen die de meeste Canadezen zijn vergeten. Alle verdwenen gebouwen, gebruiken en herinneringen heb ik met deze film even tijdelijk kunnen terugtoveren, opfrissen en rechtzetten.


Ronald Simons (Berlijn, februari 2009).