Interview Phil van Tongeren

Van 14 tot en met 24 april 2010 vindt in filmhuis Kriterion de 26ste editie plaats van het IMAGINE Amsterdam Fantastic Film Festival. Het festival richt zich op lange en korte speelfilms in de genres fantasy, horror, sciencefiction, cult en animatie.

De belangrijkste themaprogramma's zijn dit jaar Eastern Promises waarin de fantastische film uit Oost-Europa centraal staat, Retro-Magie met films waarin filmmakers bewust teruggrijpen naar het verleden, er is een gratis toegankelijke masterclass van filmcomponist Simon Boswell, die muziek componeerde voor SHALLOW GRAVE, PHENOMENA en SANTA SANGRE, en in het programmaonderdeel Eyes Wide Open staat de hilarisch wansmakelijke TROLL 2 centraal. Tevens is er ook op deze 26ste editie een stevige plek ingeruimd voor de European Fantastic Shorts met dit jaar maar liefst tweeëntwintig korte fantastische films waaronder 3D-animatie en stopmotion animatie, maar ook live-action. De oeuvreprijs gaat dit jaar naar filmmaker Dick Maas.

De belangrijkste prijs is de Zilveren Méliès, de prijs voor de beste lange Europese fantastische film uit het IMAGINE-programma. Om de Zilveren Méliès strijden dit jaar: AMER (Hélène Cattet & Bruno Forzani, Frankrijk/België 2009), EXAM (Stuart Hazeldine, Groot-Brittannië 2009), LA HORDE (Yannick Dahan & Benjamin Rocher, Frankrijk 2009); MONKEY BOY (Antonio Monti, Italië 2009) en TRANSMISSION (Roland Vranik, Hongarije 2009).

The Cult Corner sprak artistiek directeur Phil van Tongeren in Amsterdam over de 26ste editie van het IMAGINE festival.

 

Dit is je derde jaar als artistiek directeur van IMAGINE. Hoe kwam de selectie dit jaar tot stand?

Het programma komt ieder jaar tot stand door een gezamenlijke inspanning van alle programmeurs. We zien het hele jaar door films op diverse festivals, maar het belangrijkste podium voor fantastische films is het jaarlijkse filmfestival van Sitges in Spanje. Ik heb dat de laatste vier jaar bezocht met een van de programmeurs en daar kijken we zo veel mogelijk films samen. Zo kunnen we na de film discussiëren over de kwaliteit van de titel en of hij in aanmerking zou kunnen komen voor IMAGINE. Tevens schrijven we korte rapportjes over de films, die we thuis laten lezen door de andere programmeurs. En als we er echt niet uitkomen, vragen we de film op bij de producent of distributeur en laten we hem zien aan de andere programmeurs. Het is dus nooit zo dat een geselecteerde film maar door één programmeur is gezien.


De meeste programmeurs werken al sinds jaar en dag voor IMAGINE. Is er nog wel eens onenigheid of hebben jullie door de jaren heen dezelfde smaak ontwikkeld?

In de eerste instantie zijn we het vaak juist niet met elkaar eens. Niet dat het voorkomt dat de een iets geniaal vindt en de ander totale rotzooi, maar er zijn wel nuanceverschillen. En daar praat je dan over. Zo kan het voorkomen dat er uiteindelijk een film wordt geselecteerd die net het voordeel van de twijfel heeft gekregen.


Wat waren de must-haves dit jaar?

We hebben ons uiterste best gedaan voor THIRST van Chan-wook Park en SYMBOL van Hitoshi Matsumoto. Gelukkig hebben we beide films weten binnen te halen! Dat zijn dus films die je per se wilt hebben, maar waarbij je er rekening mee moet houden dat het je uiteindelijk niet lukt om ze te krijgen. En voor dit soort gevallen dien je dus films achter de hand te houden die je misschien niet perfect vindt, maar die je wel nodig hebt om het programma vol te krijgen en dan idealiter nog in een evenwichtige verdeling van genres en stijlen.


Kost het moeite om dat evenwicht tussen de genres te bewaken? Mede door de naamsverandering van Weekend of Terror en AFFF naar IMAGINE heb jij aangeven dat je het festival uit de hoek van blood and gore wilt houden.

Toen ik drie jaar geleden aantrad als artistiek directeur hadden wij het idee dat het festival zichzelf al had ontwikkeld tot een veel breder festival dan alleen harde horror, maar dat het AFFF bij het publiek toch een stempel had dat de verkeerde associaties bleef oproepen. Dus we wilden dat de nieuwe stempel de al uitgezette nieuwe koers zou dekken, en niet andersom. En trouwens, vanaf het moment dat het een langer festival werd, kon je toch al niet toekomen met alleen blood and gore, maar had je ook al fantasy en sciencefiction nodig.


Maar hoe streng bewaak je het evenwicht? Komt er ieder jaar slechts een handjevol harde horrorfilms in?

Er zijn geen films die je a priori afwijst, maar we proberen wel de balans goed te bewaren. Dat is ook een leerproces, want na de editie van vorig jaar waren er toch mensen die vonden dat er te veel harde films in het programma zaten. Overigens waren dat dan wel films die ik stuk voor stuk kon verdedigen. Maar als je zes, zeven van dat soort films hebt, moet het wel een discussiepunt worden of je niet te veel de nadruk er op wilt leggen. We hebben die naamsverandering er niet voor niets doorheen gedrukt, want je wil de buitenwereld laten zien dat we veel meer dan bloederige horrorfilms vertonen.


Er is dus een andere programmering van met name horror ontstaan in de loop der tijd, maar is er ook sprake van een verandering in aanbod?

Ja, er is wat films en de productie betreft veel veranderd vanaf de eerste editie van ons festival in 1984. Het hele genre heeft zich sindsdien enorm ontwikkeld. Ik heb nog steeds een ongelooflijk zwak voor pulpfilms uit de jaren tachtig; veel van die films hebben een soort naïeve eerlijkheid die ik nu wel eens mis. Iedereen is tegenwoordig postmodern en ironisch bezig terwijl er de jaren tachtig vele selfmade entrepreneurs opstonden die films gingen regisseren om geld te verdienen. Grappig is dat er nu films worden gemaakt geheel in de stijl van lang vervlogen tijden. Een aantal titels presenteren wij dit jaar onder de noemer Retro-Magie, zoals HOUSE OF THE DEVIL die compleet in de stijl van een jaren tachtig slasher is gemaakt. Van de titelsequentie tot de muziek en de tergend langzame opbouw.


Een ander verschil is de toegenomen beschikbaarheid van films.

Het is inderdaad door het internet mogelijk geworden om films te vinden die in de verste uithoeken van de wereld worden gemaakt. En er zijn websites die dat allemaal heel goed in de gaten houden, en die volg ik op mijn beurt heel nauwkeurig. En via internet is het ook veel gemakkelijker om regisseurs, producenten en distributeurs op het spoor te komen, dus je hebt tegenwoordig gewoon veel meer keuze.


Eén van de themaprogramma's dit jaar is Oost-Europa. Waarom?

Nou, dat is gewoon ontstaan uit nieuwsgierigheid. Oost-Europa is typisch een gebied waar je niet snel gaat zoeken naar fantastische films. Iedereen staart zich al jaren blind op Azië en met name op Noord-Korea, maar dat is inmiddels heel vertrouwd; we kennen die stijlen nu wel. Dat geldt niet voor Oost-Europa. Maar het was geen gemakkelijk programma om te maken, omdat er niet enorm veel gevarieerd aanbod was. We hebben nu twee films uit Rusland, twee uit Hongarije en twee uit Servië. Ik had het liever wat meer gespreid gezien, ook wat type film betreft, maar dat was lastig.


Zijn Oost-Europese fantastische films over het algemeen harder en uitzichtlozer dan westerse?

Het Servische LIFE AND DEATH OF A PORNO GANG is met zijn seks en geweldsexplosies wel pittige kost. Het gaat er vrij hard aan toe, maar bij die film had ik geen bedenkingen, omdat hij heel erg is geworteld in de roerige geschiedenis van dat land. Maar er zat tussen het aanbod ook een film die ik heb geweigerd. Een keiharde film waarin de meest vreselijke dingen gebeuren, maar waarin ook duidelijk de woede en zelfs haat naar het eigen land de boventoon voert. Ik wil die politieke en sociale urgentie die dergelijke films uitstralen ook ter sprake brengen op het symposium dat wij organiseren rondom de Oost-Europese fantastische cinema. Ik vond het wel een krachtige film, maar wilde even wat gas terug nemen, omdat we al één harde film in het programma hadden.


Het valt mij op dat er ieder jaar steeds minder oude films worden geprogrammeerd en de retrospectieven worden uitgekleed.

Iedereen wil nieuwe films zien. En zeker sinds de opkomst van dvd zijn de oudere films steeds beter beschikbaar geworden, zodat er alleen nog het voordeel is dat wij ze op 35mm kunnen laten zien. Voor de winnaar van een Career Achievement Award ben je aan je stand verplicht om iets te draaien, maar dat wil ik vanaf nu echt gaan beperken tot één of twee films.


Een ander verschil is dat het festival met filmhuis Kriterion een nieuwe plek krijgt. Tevreden met deze verhuizing?

Ja, het is fijn dat we nu naar een meer cinefiele sfeer gaan, waar ze ook echt meedenken. Het andere grote voordeel van onze nieuwe locatie is het café, waar je kunt napraten en echt een festivalsfeer kan ontstaan. Het nadeel is dat we in totaal twintig stoelen minder hebben.


Er is veel overlap met het programma van het fantastische filmfestival van Brussel, dat tegelijkertijd loopt. Bewuste keuze?

Nou ja, iedereen pikt natuurlijk uit dezelfde ruif, maar het is voor distributeurs natuurlijk ook aantrekkelijk om hun film aansluitend van het ene festival door te sturen naar het andere. Dat vereist wel een fijne samenwerking en een buitengewoon goede organisatie van 35mm prints. Ik heb Brussel overigens nooit als een concurrent gezien, omdat wij niet elkaars publiek aftroeven. Ik denk dat ons publiek grotendeels uit Amsterdam komt.


Er worden steeds meer low- en nobudget Nederhorror films gemaakt, maar er draait geen enkele Nederlandse film op IMAGINE. Voel je geen verantwoordelijkheid als grootste Nederlandse podium voor genrefilms om nederhorror te vertonen?

Er wordt inderdaad veel gemaakt, maar als het kwalitatief niet goed genoeg is, dan programmeren we het niet in het hoofdprogramma. We hebben wel eens een bijprogrammaatje gemaakt voor enkele nederhorrorfilms, waarvoor we de gebruikelijke lat wat lager legden. Maar uiteindelijk worden er spijtig genoeg gewoon te weinig goede films van eigen bodem aangeboden.

 

Ronald Simons (Amsterdam, april 2010).