Interview Rainer Sarnet

Het was een van de publiekslievelingen van het afgelopen Imagine Film Festival: NOVEMBER, de surreële zwart-witfilm van de Estlandse regisseur Rainer Sarnet. Een magische en avontuurlijke film, waarin Sarnet niet zozeer een verhaal vertelt maar de kijker onderdompelt in een fantasievolle sprookjeswereld die hij ontleende aan de Estse mythologie. 

Wie van fantastische cinema houdt, zit bij NOVEMBER goed. Want ondanks dat de film gaat over de onmogelijke liefde tussen dorpstieners Liina en Hans, zijn het de vreemde en soms groteske uitstapjes die de film kleur geven. In zijn vierde speelfilm maakt regisseur Rainer Sarnet (1969) er een uitbundig en surreëel filmfeest van: getroebleerde dorpslieden die hun ziel aan de duivel verkopen, een jongeman die liefdeslessen van een sneeuwpop krijgt, de robotachtige kratts die klusjes uitvoeren voor hun meesters – waaronder het stelen van een koe, in een nu al klassieke openingsscène.

Zoveel mysterie, dat vraagt om uitleg. En The Cult Corner kreeg dat in een gesprek tijden het Imagine Film Festival, waar Sarnet te gast was en het publiek ook alvast voorbereidde op de Nederlandse release van 24 mei. 

 

Ik begreep dat het boek Rehappap waarop NOVEMBER gebaseerd is een bestseller is in Estland. Hoe belandde het bij jou?

Schrijver Andrus Kivirähk is een vriend en ken ik al sinds mijn studietijd. Eigenlijk wilde ik het al in 2005 als afstudeerproject verfilmen, maar dat bleek te ambitieus. Daarna hebben we om de zoveel tijd geprobeerd het project van de grond te krijgen –telkens zonder resultaat. Pas toen ik recentelijk het werk van fotograaf Johannes Pääsuke ontdekte, kreeg ik een inval over hoe we het konden doen.

 

Wat was die inval?

Pääsuke fotografeerde aan het eind van de negentiende eeuw het platteland van Estland. Het zijn antropologische foto’s, waarmee hij de leefwereld van de arme bevolking in beeld bracht. Als je die nu kijkt hebben ze iets magisch. Die verweerde gezichten, de vele lagen kleding tegen de kou, het licht dat hij gebruikte. Het lijkt wel een sprookjeswereld en precies de sfeer die de roman voor mij oproept. Dankzij Pääsukes werk had ik dus een visuele stijl die ik kon volgen. Dat is ook de reden waarom we in zwart-wit hebben gedraaid. Om de magiewereld zoveel mogelijk in tact te houden.

 

Hoe ben je vervolgens te werk gegaan?

Het was een avant garde-productie. Omdat NOVEMBER zich helemaal af in dichte bebossing afspeelt, hebben we als eerste een stuk land gescout. Van daaruit zijn we verder gaan schrijven. Het scenario is dus helemaal op de omgeving aangepast: de scenes in de kerk zijn op die manier ontstaan, net als die waarin de pest in vermomming het dorp bezoekt. Ook de meeste acteurs zijn mensen uit de omgeving – mannen met interessante gezichten of excentrieke figuren. De roman was dus eerder het begin van een zoektocht naar een verhaal, dan dat ik het letterlijk verfilmd heb. Dat zou ook moeilijk zijn trouwens: want in Rehappap speelt Andrus vooral een ingenieus taalspel met bekende Estse mythes en volksverhalen. Ik heb daar het liefdesverhaal van Liina en Hans uitgehaald, als ingang in die vreemde sprookjeswereld.

 

Een van de belangrijkste thema’s in de film is hebzucht. Iedereen probeert de ander een poot uit te draaien.

Dat klopt. Dat is het fascinerende van Estse folklore. Het gaat vaak over dit soort opportunisme, zelfs de duivel proberen ze nog voor de gek te houden. Misschien is dat ook onderdeel van het leven aan de onderkant van de maatschappij – dat je bijna gedwongen wordt slechts aan jezelf te denken. De kratts zijn daar ook een voorbeeld van. 

 

Ja, kan je uitleggen wat dat precies zijn. De openingsscène met de koe is in ieder geval een klassieker.

Kratts zijn begeesterde rommel, haha. Ze worden vaak opgevoerd in Estse volksverhalen. Het idee is dat je door bloed te offeren, je meegebrachte spullen tot leven kan wekken. Dat kan van alles zijn: takken, tuingereedschap, oude ijzer; noem maar op. Wie zijn bloed schenkt, blaast een ziel in het materiaal. De creatuur dat eruit ontstaat zal voor je werken, al loopt het in die verhalen natuurlijk nooit zoals gepland.

 

Hoe heb jij de kratts in tot leven gebracht? Ze zien er in ieder geval geweldig uit. 

Mijn productie-ontwerper is met fietszadels en zeisen in de weer geweest, die hebben we via stopmotion en touwtjes laten bewegen. Omdat ik per se de fysieke aanwezigheid van de kratts op het scherm wilde, heb ik visuele effecten zoveel mogelijk vermeden. Voor die openingsscène met de koe hadden we trouwens een levensgroot model gemaakt. Een heel gedoe, want dat loodzware ding stortte natuurlijk constant in elkaar. En de koe werkte ook niet mee. Komt er ineens een robot met slagersmessen als armen op hem af, die schrok zich rot!

 

Naast de kratts zit NOVEMBER vol met andere fantastische visuele vondsten: vervormde kippen in sauna’s, de pest die zich als get vermomd, een dichtende sneeuwpop. Had je naast het werk van Pääsuke nog andere invloeden?

DEAD MAN van Jim Jarmusch was een inspiratiebron. Net als Chinese spookverhalen. Het nauwkeurigst heb ik naar het werk van de Armeense regisseur Sergej Paradzjanov gekeken, die in het Westen vooral bekend is vanwege THE COLOR OF POMEGRANATES.  Hij heeft een iconografische benadering van film, waarbij hij meer beeldend dan verhalend te werk gaat. In NOVEMBER heb ik dat ook gedaan.

 

En je had een ster in de cast: Dieter Eisler, die kijkers hier zullen kennen van THE HUMAN CENTIPIDE.

Dieter was interessant om mee te werken. De meeste acteurs waren amateurs, dus hij kwam in een voor hem gekke situatie. Dieter is een method actor, dus hij zonderde zich vaak af om in character te komen. Dan zag je hem alleen, heel geconcentreerd zitten met om hem heen allemaal druk babbelende figuranten. Een grappig beeld. Je vraagt je af hoe dat op de set van THE HUMAN CENTIPIDE was… hahahaha.

 

Tom Six, de regisseur ervan, is Nederlands.

Wat, echt waar?! Dat wist ik niet eens. Nu vallen dingen hier op hun plek! 

 

Hoe zat het met andere acteurs? Hoe heb je die gevonden?

Veel van de acteurs zijn gecast omdat ze op hun personages lijken. De vrouw die de heks speelt, woont bijvoorbeeld net zo eenzaam aan de rand van een bos. En het mystieke personage Sander wordt door een al even mysterieuze man gespeeld. Op een gegeven moment waren we een kamer aan het inrichten voor een scène en kwam hij naast ons staan. Wist je dat het er na de dood precies zo uit ziet, zei hij. Ik heb namelijk een paar maanden in coma gelegen, dus heb er al een beetje kunnen rondkijken. Nou, dat soort types moesten op het scherm natuurlijk.

 

NOVEMBER was een succes in Estland, en draaide op vele internationale festivals. Heb je al plannen voor een volgende project?

Ik ben nu bezig met de voorbereidingen van INVISIBLE FIGHT, over een groep orthodoxe monniken uit Rusland. Het speelt zich af in de jaren zeventig en zal in de stijl van de Shaolin martial arts-films worden gedraaid. Kungfu met een twist dus. Ik kijk er naar uit!

 

 

Guus Schulting (Amsterdam, april 2018)