The Irishman

Regie: 
Martin Scorsese
Cast: 
Robert De Niro, Al Pacino & Joe Pesci
Jaar: 
2019
Duur: 
208 minuten
Genre: 
Misdaad
Waardering: 
5 sterren

Lastige discussie: wat mag film heten, en wat cinema? Ach, hou het voor het maffiadrama THE IRISHMAN maar gewoon op een magistraal meesterwerk is. Niet slecht voor een paar krasse knarren: Scorsese, De Niro en Pacino.

Regisseur en cinefiel Martin Scorsese haalde zich onlangs de woede van de Marvel-fanboys op zijn hals met zijn betoog dat superheldenfilms geen cinema zijn, maar veredelde pretparkattracties. De ironie is dat de grootmeester zijn maffia-epos THE IRISHMAN alleen kon maken dankzij het soort botox-software waar Marvel patent op heeft om Samuel L. Jackson en Michael Douglas en consorten een digitale verjongingskuur te geven.

Oók ironisch: de enige die het prijskaartje dat aan dergelijke visuele effecten hangt wilde ophoesten, was huiskamerhofleverancier Netflix. Daarmee is THE IRISHMAN straks wat ROMA eerder dit jaar voor de streaming-gigant was: een prestigieuze parel met hoge Oscar-potentie. Eentje die je eigenlijk op het witte doek thuishoort, níet op je tv-scherm. Al was het maar, hoe tegenstrijdig het ook klinkt, door de riante lengte (met 3,5 uur nog wat langer dan het laatste Avengers-deel) en het kalme verteltempo. THE IRISHMAN mist de cocaïne-energiestoot van Scorsese’s GOODFELLAS, de film in zijn oeuvre die er het meest verwant aan is, maar dat is bewust. Was het maffiawereldje daarin een verleidelijke, opwindende arena voor aanstormend gangstertalent, in het veel meer introspectieve en grimmige THE IRISHMAN laat Scorsese zien hoe zwaar zo’n carrièrekeus op latere leeftijd op de ziel drukt, als een hoogbejaarde Frank Sheeran (Robert De Niro), op de drempel van de dood, terugblikt op zijn leven en werk. Werk dat eufemistisch ‘ik schilder huizen’ heet, een verwijzing naar de bloedspetters waarmee hij als huurmoordenaar de muren rood sauste.

Omdat THE IRISHMAN decennia beslaat moesten computer-facelifts van De Niro weer een kwieke twintiger maken. De techniek is sensationeel ver gevorderd, maar honderd procent overtuigend? Niet echt. Toch staat het de beleving van het verhaal niet in de weg. En wát een verhaal! Terwijl op de achtergrond historische gebeurtenissen als de Cuba-crisis en de moord op Kennedy voorbij komen, ligt de focus haarscherp op de mechanismes van de maffia. Zoals THE WOLF OF WALL STREET een filmisch college was over de aandelenzwendel worden hier heel vlot de ins en outs van de onderwereld inzichtelijk gemaakt. Het mooie is dat het allemaal totaal onderkoeld wordt gebracht: door De Niro, eindelijk weer verenigd met ‘zijn’ regisseur, en vooral door Joe Pesci, die eigenlijk al een jaar of tien met pensioen was. Scorsese lulde hem achter de geraniums vandaan voor mogelijk de glansrol van zijn leven – eentje die haaks staat op wat je van Pesci verwacht. Niet het maniakale korte lontje of de explosieve brulbek van RAGING BULL, GOODFELLAS of CASINO, maar een zeer beheerste en meer dan levensgevaarlijke sfinx. Zonder ogenschijnlijk iets te doen, acteert hij zijn tegenspelers onder de tafel en domineert zo de film. Extra knap, als die tegenspelers De Niro en Al Pacino zijn, die zelf wel ouderwets mag schmieren & tieren als vakbondsman annex maffiamaatje Jimmy Hoffa. Dankzij al dat meesterschap vliegen de drieënhalf uur in een vloek en een zucht voorbij. Of dat film is? Nee, dat is cinema.

THE IRISHMAN is slechts enkele weken op het witte doek te zien, voordat hij aan de ‘films met goede kritieken’-selectie van Netflix wordt toegevoegd. Grijp die kans.

 

The Irishman